Ingrediënten voor vier personen:

•  600 gram kabeljauw­filet
•  400 gram peultjes
•  stukje verse gemberwortel (2 cm)
•  1 rode peper
•  1 blikje tomatenpuree (70 gram)
•  2 deciliter water
•  2 theelepels zout
•  1 eetlepel bruine suiker
•  3 eetlepels azijn
•  3 eetlepels gember­siroop
•  1 eetlepel maïzena
•  1 theelepel versgemalen zwarte peper
•  1 ei
•  3 eetlepels bloem
•  1 limoen
•  olie

Schil het stukje gemberwortel en snijd het zo fijn mogelijk. Snijd de rode peper in ringetjes. Doe de tomatenpuree in een steelpan, voeg het water toe en breng het al roerend aan de kook. Voeg de gember, ringetjes rode peper, bruine suiker en een theelepel zout toe. Roer nog een keer goed door en voeg dan azijn en gembersiroop toe. Proef de saus. Zoet en zuur moeten allebei goed te proven zijn, dus voeg eventueel nog wat azijn of gembersiroop toe. Een extra snufje zout haalt de smaken ook omhoog. Meng de maïzena met een eetlepel water tot een papje en roer dit door de saus. Laat het zachtjes koken tot de saus gebonden is.

Verwijder de harde uiteindes van de peultjes en trek ook de eventueel aanwezige draad die over de peul loopt weg. Kook de peultjes vijf minuten in een laagje water met wat zout. Dep de kabeljauwfilets droog met wat keukenpapier en snijd ze in acht gelijke stukken. Klop het ei los in een diep bord. Bedek een plat bord met een laagje bloem. Bestrooi de vis met een theelepel zout en een theelepel versgemalen zwarte peper. Haal de vis eerst door het losgeklopte ei en daarna door de bloem. Schud overtollige bloem eraf. Verhit een flinke laag olie in een braadpan. Bak hierin de kabeljauw aan beide zijden bruin. Schep de stukken vis na een paar minuten met een schuimspaan uit de pan en laat ze op keukenpapier uitlekken. Laat de peultjes uitlekken in een vergiet. Snijd de limoen in parten.

Verdeel de kabeljauw en de peultjes over vier borden en schenk tot slot de zoetzure saus er overheen. Garneer met de partjes limoen. Serveer met een schaal witte rijst.